facturar
Pronunciation
/fˌaktuɾˈaɾ/

Definitie en betekenis van "facturar"in het Spaans

facturar
[past form: facturé][present form: facturo]
01

inchecken, zich registreren

registrarse o entregar equipaje y datos al llegar a un hotel o aeropuerto
facturar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
facturo
3e persoon enkelvoud
factura
onvoltooid deelwoord
facturando
onvoltooid verleden tijd
facturé
voltooid deelwoord
facturado
Voorbeelden
¿ A qué hora se puede facturar en este hotel?
Hoe laat kan men inchecken in dit hotel ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store