Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
facilitar
[past form: facilité][present form: facilito]
01
vergemakkelijken, mogelijk maken
hacer que algo sea más fácil o posible
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
facilito
3e persoon enkelvoud
facilita
onvoltooid deelwoord
facilitando
onvoltooid verleden tijd
facilité
voltooid deelwoord
facilitado
Voorbeelden
El gobierno quiere facilitar el comercio internacional.
De regering wil de internationale handel vergemakkelijken.



























