Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
contar
01
tellen, opsommen
enumerar cosas una a una
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
cuento
3e persoon enkelvoud
cuenta
onvoltooid deelwoord
contando
onvoltooid verleden tijd
conté
voltooid deelwoord
contado
Voorbeelden
Los niños contaron los juguetes.
De kinderen telden het speelgoed.
02
vertellen
relatar o narrar algo a alguien
Voorbeelden
Contaron la verdad sobre el accidente.
Ze vertelden de waarheid over het ongeluk.



























