Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Itinerant
01
trekarbeider, seizoensarbeider
a worker or laborer who travels from one place to another, usually to find temporary employment
Voorbeelden
The town provided shelter for itinerants passing through.
De stad bood onderdak aan trekarbeiders die doorreisden.
itinerant
01
rondtrekkend, nomadisch
(of a person) traveling from place to place, often for work or a specific purpose
Voorbeelden
The itinerant musician played in different cities each week.
De rondreizende muzikant speelde elke week in verschillende steden.



























