Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
innocent
01
onschuldig, niet schuldig
not having committed a wrongdoing or offense
Voorbeelden
The jury found the defendant innocent of all charges due to lack of evidence.
De jury vond de verdachte onschuldig op alle aanklachten wegens gebrek aan bewijs.
02
onschuldig, puur
being morally good and free from sin, especially without a perception of evil
Voorbeelden
The film portrayed the protagonist as an innocent figure, unaware of the corruption around them.
De film portretteerde de hoofdpersoon als een onschuldig figuur, zich niet bewust van de corruptie om hen heen.
03
onschuldig, onschadelijk
lacking intent or capacity to injure
Voorbeelden
The story 's protagonist is portrayed as an innocent, unaware of the dangers ahead.
De hoofdpersoon van het verhaal wordt afgebeeld als een onschuldige, onbewust van de gevaren die voor ons liggen.
05
ontbloot, ontberend
completely wanting or lacking
06
onschuldig, naïef
(used of things) lacking sense or awareness
07
onwetend, naïef
not knowledgeable about something specified
Innocent
01
onschuldige, naïef
a person who lacks knowledge of evil
Lexicale Boom
innocently
innocent
innocence
innoc



























