Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The inner lining of the jacket keeps you warm in cold weather.
De binnenvoering van de jas houdt je warm bij koud weer.
Voorbeelden
The castle’s inner courtyard was surrounded by high stone walls for added protection.
De binnenplaats van het kasteel was omgeven door hoge stenen muren voor extra bescherming.
03
innerlijk, dichtbij
closely connected to the center of authority, power, or decision-making
Voorbeelden
The inner circle of advisors had exclusive access to the president's strategic plans.
De binnenste kring van adviseurs had exclusieve toegang tot de strategische plannen van de president.
Voorbeelden
He faced the challenge with a quiet inner resolve.
Hij ging de uitdaging aan met een stille innerlijke vastberadenheid.
05
innerlijk, diep
existing as an inherent or often hidden part of an individual's psychological or emotional self
Voorbeelden
The motivational speaker encouraged the audience to discover their inner potential for success.
De motiverende spreker moedigde het publiek aan om hun innerlijke potentieel voor succes te ontdekken.
Voorbeelden
The detective was determined to uncover the inner meaning behind the cryptic message.
De detective was vastbesloten om de innerlijke betekenis achter de cryptische boodschap te ontdekken.



























