Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to appease
01
kalmeren, tevredenstellen
to end or lessen a person's anger by giving in to their demands
Transitive: to appease a negative reaction
Voorbeelden
The company plans to appease customer complaints by improving its customer service.
Het bedrijf is van plan om klachten van klanten te sussen door de klantenservice te verbeteren.
02
kalmeren, tevredenstellen
to calm or satisfy someone by giving in to their demands or desires
Transitive: to appease sb
Voorbeelden
She appeased her boss by agreeing to work overtime to meet the deadline.
Ze paaide haar baas door akkoord te gaan met overwerken om de deadline te halen.
03
kalmeren, verzachten
to calm or lessen the intensity of something, such as pain, hunger, etc.
Transitive: to appease a sensation
Voorbeelden
Offering a snack can appease hunger until dinner is ready.
Het aanbieden van een snack kan de honger stillen tot het diner klaar is.
Lexicale Boom
appeasable
appeasement
appeaser
appease



























