half-wit
half
hɑ:f
haaf
wit
wɪt
vit

Definitie en betekenis van "half-wit"in het Engels

01

domoor, sukkel

a stupid person 
half-wit definition and meaning
informeel
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
half-wits
Voorbeelden
Only a half-wit would try to cross the river there during flood season. 

Alleen een domoor zou daar de rivier proberen over te steken tijdens het overstromingsseizoen.

02

halfzacht, idioot

a person with subnormal intelligence or intellectual disability 
gedateerd
beledigend
Voorbeelden
In older literature, characters described as half-wits were often pitied or mocked. 

In oudere literatuur werden personages die als halfzachte werden beschreven vaak beklagen of bespot.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store