Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to glower
01
boos kijken, fronsen
to look or stare at someone angrily
Voorbeelden
Despite his smile, he was glowering and that unsettled me.
Ondanks zijn glimlach, fronsde hij en dat verontrustte me.
02
bits kijken, strak aankijken
look at with a fixed gaze
Glower
01
norse blik, boze blik
a sullen, angry or aggressive stare
Voorbeelden
The teacher 's glower silenced the noisy class.
De norse blik van de leraar bracht de rumoerige klas tot zwijgen.
Lexicale Boom
glowering
glower



























