Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to gaze
01
staren, turen
to look at someone or something without blinking or moving the eyes
Intransitive: to gaze somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
gaze
3e persoon enkelvoud
gazes
onvoltooid deelwoord
gazing
onvoltooid verleden tijd
gazed
voltooid deelwoord
gazed
Voorbeelden
The professor gazed at the students intently, expecting thoughtful responses to his question.
De professor keek de studenten indringend aan, in afwachting van doordachte antwoorden op zijn vraag.
01
blik, staren
a steady, prolonged look at someone or something
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
gazes
Voorbeelden
The child followed the bird with a curious gaze.
Het kind volgde de vogel met een nieuwsgierige blik.



























