Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to envelop
01
omhullen
to completely surround or cover something
Transitive: to envelop sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
envelop
3e persoon enkelvoud
envelops
onvoltooid deelwoord
enveloping
onvoltooid verleden tijd
enveloped
voltooid deelwoord
enveloped
Voorbeelden
The smoke from the fire enveloped the entire neighborhood, causing residents to evacuate.
De rook van de brand omhulde de hele buurt, waardoor bewoners moesten evacueren.
Lexicale Boom
enveloping
envelopment
envelop



























