Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to amble
01
slenteren, wandelen
to walk at a slow and leisurely pace, usually without any particular purpose or urgency
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
amble
3e persoon enkelvoud
ambles
onvoltooid deelwoord
ambling
onvoltooid verleden tijd
ambled
voltooid deelwoord
ambled
Voorbeelden
As the sun set, residents of the seaside village would often amble along the beach.
Terwijl de zon onderging, wandelden de inwoners van het kustdorp vaak rustig langs het strand.
01
drentelen, rustige wandeling
a leisurely, slow, unhurried walk
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
ambles
Voorbeelden
The couple's evening amble through the charming streets of the old town was the perfect way to unwind.
De avondlijke wandeling van het stel door de charmante straatjes van de oude stad was de perfecte manier om te ontspannen.
Lexicale Boom
ambler
amble



























