Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to droop
01
hangen, doorzakken
to bend downward or sag under the influence of gravity or due to lack of support or tension
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
droop
3e persoon enkelvoud
droops
onvoltooid deelwoord
drooping
onvoltooid verleden tijd
drooped
voltooid deelwoord
drooped
Voorbeelden
The shelf started to droop in the middle under the weight of the books.
De plank begon in het midden door te zakken onder het gewicht van de boeken.
02
hangen, verslappen
become limp
03
hangen, slap hangen
hang loosely or laxly
04
moedeloos worden, neerslachtig zijn
to become low in spirit or feel downhearted
Voorbeelden
The team's energy drooped after losing the match.
De energie van het team zakte in na het verliezen van de wedstrijd.
01
doorzakking, verzakking
a shape that sags
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
droops
Lexicale Boom
drooping
droop



























