Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
duizelig, licht in het hoofd
unable to keep one's balance and feeling as though everything is circling around one, caused by an illness or looking down from a high place
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
dizziest
vergrotende trap
dizzier
gradueerbaar
Voorbeelden
Low blood sugar levels can cause people with diabetes to feel dizzy and disoriented.
Lage bloedsuikerspiegels kunnen ervoor zorgen dat mensen met diabetes zich duizelig en gedesoriënteerd voelen.
02
lichtzinnig, onbezonnen
frivolous or scatterbrained in attitude
Voorbeelden
The movie 's heroine was charming but slightly dizzy.
De heldin van de film was charmant maar een beetje wispelturig.
to dizzy
01
duizelig maken, doen draaien
to cause someone to feel unsteady, light-headed, or giddy
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dizzy
3e persoon enkelvoud
dizzies
onvoltooid deelwoord
dizzying
onvoltooid verleden tijd
dizzied
voltooid deelwoord
dizzied
Voorbeelden
The flashing lights dizzied the dancers on stage.
De knipperende lichten maakten de dansers op het podium duizelig.
Lexicale Boom
dizzily
dizziness
dizzy



























