Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
duizelig, licht in het hoofd
unable to keep one's balance and feeling as though everything is circling around one, caused by an illness or looking down from a high place
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
dizziest
vergrotende trap
dizzier
gradueerbaar
Voorbeelden
She felt dizzy and lightheaded after standing up too quickly.
Ze voelde zich duizelig en licht in het hoofd na te snel op te staan.
02
lichtzinnig, onbezonnen
frivolous or scatterbrained in attitude
Voorbeelden
She can be a bit dizzy when it comes to managing money.
Ze kan een beetje lichtzinnig zijn als het gaat om het beheren van geld.
to dizzy
01
duizelig maken, doen draaien
to cause someone to feel unsteady, light-headed, or giddy
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dizzy
3e persoon enkelvoud
dizzies
onvoltooid deelwoord
dizzying
onvoltooid verleden tijd
dizzied
voltooid deelwoord
dizzied
Voorbeelden
The sudden spin of the ride dizzied her.
De plotselinge draai van de rit maakte haar duizelig.
Lexicale Boom
dizzily
dizziness
dizzy



























