Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Dither
01
opwinding, onrust
an excited state of agitation
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
dithers
to dither
01
zich zorgen maken, onrustig zijn
make a fuss; be agitated
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dither
3e persoon enkelvoud
dithers
onvoltooid deelwoord
dithering
onvoltooid verleden tijd
dithered
voltooid deelwoord
dithered
02
aarzelen, weifelen
to waver or hesitate in making a decision or taking action
Voorbeelden
They have dithered about accepting the job offer, weighing the pros and cons carefully.
Ze hebben getwijfeld over het accepteren van de baan, de voor- en nadelen zorgvuldig afwegend.



























