Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to discipline
01
disciplineren, opvoeden
to train a person or animal by instruction and exercise, usually with the aim of improving or correcting behavior
Transitive: to discipline a person or animal
Voorbeelden
While the head coach was away, the assistant was temporarily disciplining the players.
Terwijl de hoofdcoach weg was, was de assistent tijdelijk de spelers aan het disciplineren.
Voorbeelden
The judge disciplined the defendant by imposing a fine for the crime.
De rechter disciplineerde de verdachte door een boete op te leggen voor het misdrijf.
Discipline
Voorbeelden
She pursued a career in physics, a discipline that explores the fundamental laws of nature and the universe.
Ze koos voor een carrière in de natuurkunde, een discipline die de fundamentele wetten van de natuur en het universum onderzoekt.
02
the personal quality of behaving properly and keeping one's actions under control
Voorbeelden
She maintained discipline even under pressure.
03
an organized set of rules or methods governing behavior or practice
Voorbeelden
Their workplace discipline improved productivity.
04
training intended to strengthen self-control or improve skill through regular practice
Voorbeelden
The program builds discipline through repetition.
05
discipline, controle
the practice of using methods such as punishment, training, or guidance to enforce rules and improve behavior
Voorbeelden
A lack of discipline among team members can lead to inefficiency and missed deadlines in a workplace.
Een gebrek aan discipline onder teamleden kan leiden tot inefficiëntie en gemiste deadlines op de werkplek.
Lexicale Boom
disciplined
discipline



























