to denounce
de
di
nounce
ˈnaʊns
nawns
announcerenouncepronouncetrounce

Definitie en betekenis van "denounce"in het Engels

to denounce
01

veroordelen, afkeuren

to publicly express one's disapproval of something or someone 
Transitive: to denounce an action or behavior
to denounce definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
denounce
3e persoon enkelvoud
denounces
onvoltooid deelwoord
denouncing
onvoltooid verleden tijd
denounced
voltooid deelwoord
denounced
Voorbeelden
The activist group denounced the government's decision to cut funding for education. 

De activistische groep veroordeelde de beslissing van de regering om de financiering voor onderwijs te verminderen.

02

aanklagen, opzeggen

to formally declare the termination or cancellation of a treaty, agreement, or armistice 
Transitive: to denounce an agreement
Voorbeelden
The president prepared to denounce the longstanding trade agreement with neighboring countries. 

De president bereidde zich voor om het langlopende handelsakkoord met de buurlanden te opzeggen.

03

aanklagen, onthullen

to expose or reveal information about somebody 
Transitive: to denounce sb | to denounce sb to authorities
Voorbeelden
In fear for her safety, she agreed to denounce the criminal organization to law enforcement. 

Uit angst voor haar veiligheid stemde ze ermee in om de criminele organisatie bij de wetshandhaving aan te klagen.

Lexicale Boom

denouncement
denunciation
denunciative
denounce
App
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store