to declaim
Pronunciation
/dɪˈkɫeɪm/

Definitie en betekenis van "declaim"in het Engels

to declaim
01

declameren, met verve spreken

to speak forcefully and with emotion against something, often in protest or condemnation
Intransitive: to declaim against sb/sth
Transitive: to declaim sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
declaim
3e persoon enkelvoud
declaims
onvoltooid deelwoord
declaiming
onvoltooid verleden tijd
declaimed
voltooid deelwoord
declaimed
Voorbeelden
She declaimed the evils of corruption at the rally.
Zij deklameerde de kwalen van corruptie op de bijeenkomst.
02

declameren, met nadracht voordragen

to speak or recite something with dramatic style, clear pronunciation, and strong expression
Transitive: to declaim sth
Voorbeelden
He declaimed his lines as if he were on a grand stage.
Hij deklameerde zijn regels alsof hij op een groot podium stond.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store