Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to declaim
01
declameren, met verve spreken
to speak forcefully and with emotion against something, often in protest or condemnation
Intransitive: to declaim against sb/sth
Transitive: to declaim sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
declaim
3e persoon enkelvoud
declaims
onvoltooid deelwoord
declaiming
onvoltooid verleden tijd
declaimed
voltooid deelwoord
declaimed
Voorbeelden
He declaimed against the injustice of the new law.
Hij deklameerde tegen de onrechtvaardigheid van de nieuwe wet.
02
declameren, met nadracht voordragen
to speak or recite something with dramatic style, clear pronunciation, and strong expression
Transitive: to declaim sth
Voorbeelden
The actor declaimed a Shakespearean monologue to the audience.
De acteur deklameerde een Shakespeareaanse monoloog voor het publiek.
Lexicale Boom
declaim
claim



























