decent
de
ˈdi
di
cent
sənt
sēnt
British pronunciation
/dˈiːsənt/

Definitie en betekenis van "decent"in het Engels

01

fatsoenlijk, respectvol

treating others with respect and honesty
decent definition and meaning
example
Voorbeelden
The decent student follows academic integrity principles, never cheating or plagiarizing in their coursework.
De fatsoenlijke student volgt de principes van academische integriteit, bedriegt nooit of pleegt plagiaat in hun cursuswerk.
02

acceptabel, fatsoenlijk

good enough for a particular purpose or situation
decent definition and meaning
example
Voorbeelden
She wore a decent outfit for the job interview.
Ze droeg een nette outfit voor het sollicitatiegesprek.
03

fatsoenlijk, zedig

conforming to accepted norms of sexual conduct
example
Voorbeelden
They followed decent rules regarding personal relationships.
Ze volgden fatsoenlijke regels met betrekking tot persoonlijke relaties.
04

fatsoenlijk, zedig

conforming to accepted standards of sexual propriety in speech, behavior, or dress
example
Voorbeelden
Decent attire is required at the office.
Nette kleding is vereist op kantoor.
05

fatsoenlijk, gepast

sufficiently clothed to receive or be seen by visitors
example
Voorbeelden
The host waited until everyone was decent before entering the room.
De gastheer wachtte tot iedereen fatsoenlijk gekleed was voordat hij de kamer binnenging.
decent
01

fatsoenlijk, correct

in a proper, correct, or acceptable way
example
Voorbeelden
He behaved decent during the formal ceremony.
Hij gedroeg zich fatsoenlijk tijdens de formele ceremonie.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store