Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to contend
01
wedijveren, strijden
to compete actively or fight against others for a goal or victory
Intransitive: to contend for a prize
Voorbeelden
Two companies contended for the lucrative government contract.
Twee bedrijven streden om het lucratieve overheidscontract.
02
wedijveren, vechten
to engage in a struggle, conflict, or battle
Intransitive: to contend
Voorbeelden
Siblings may contend over inheritance, leading to disputes and disagreements about the distribution of assets.
Broers en zussen kunnen strijden om de erfenis, wat leidt tot geschillen en meningsverschillen over de verdeling van de activa.
03
beweren, verdedigen
to argue the truth of something
Transitive: to contend that
Voorbeelden
The historian contended that the ancient civilization was more advanced than previously believed.
De historicus beweerde dat de oude beschaving geavanceerder was dan eerder werd aangenomen.
04
twisten, discussiëren
to engage in a debate or argument by presenting opposing views
Intransitive
Voorbeelden
The scientists contended in academic journals over the validity of the new theory.
De wetenschappers redetwistten in academische tijdschriften over de geldigheid van de nieuwe theorie.
05
twisten, betwisten
to argue or dispute about something
Transitive: to contend sth
Voorbeelden
The heirs contended the terms of the will, claiming it was unfairly written.
De erfgenamen betwistten de voorwaarden van het testament, beweerden dat het onrechtvaardig was geschreven.
Lexicale Boom
contender
contend



























