Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
coincidental
01
toevallig, samenvallend
happening by chance at the same time or in a way that appears connected but is not planned
Voorbeelden
It was purely coincidental that they met on the same train twice in one week.
Het was puur toevallig dat ze elkaar twee keer in één week in dezelfde trein ontmoetten.
02
toevallig, samenvallend
happening unexpectedly and without deliberate planning or foresight
Voorbeelden
It was coincidental that we both happened to be wearing the same color shirt that day; we did n't plan it.
Het was toevallig dat we die dag toevallig allebei een shirt van dezelfde kleur droegen; we hadden het niet gepland.
Lexicale Boom
coincidental
incidental
incident



























