champ
champ
ʧæmp
chāmp
/t‍ʃˈæmp/

Definitie en betekenis van "champ"in het Engels

01

kampioen, winnaar

someone who has won first place in a competition
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
champs
to champ
01

luid kauwen, energiek kauwen

to chew energetically or noisily
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
champ
3e persoon enkelvoud
champs
onvoltooid deelwoord
champing
onvoltooid verleden tijd
champed
voltooid deelwoord
champed
Voorbeelden
The toddler champed happily on the soft cookie.
De peuter kauwde vrolijk op het zachte koekje.
02

ongeduldig worden, schrapen

chafe at the bit, like horses
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store