Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Advantage
01
voordeel
a condition that causes a person or thing to be more successful compared to others
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
advantages
Voorbeelden
Studying abroad can provide students with a cultural advantage and language skills.
In het buitenland studeren kan studenten een cultureel voordeel en taalvaardigheden bieden.
02
voordeel, voordeel
a benefit or gain resulting from something
03
voordeel, winst
the point in tennis scored after a tie, giving the player a chance to win the game with the next point
Voorbeelden
He lost the advantage with a double fault.
Hij verloor het voordeel met een dubbele fout.
to advantage
01
bevoordelen, begunstigen
give an advantage to
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
advantage
3e persoon enkelvoud
advantages
onvoltooid deelwoord
advantaging
onvoltooid verleden tijd
advantaged
voltooid deelwoord
advantaged
Lexicale Boom
advantageous
disadvantage
advantage



























