Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to broach
01
aansnijden, ter sprake brengen
to introduce a subject for discussion, especially a sensitive or challenging matter
Transitive: to broach a subject
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
broach
3e persoon enkelvoud
broaches
onvoltooid deelwoord
broaching
onvoltooid verleden tijd
broached
voltooid deelwoord
broached
Voorbeelden
The teacher skillfully broached the subject of diversity to encourage open dialogue in the classroom.
De leraar heeft het onderwerp diversiteit vaardig aangesneden om een open dialoog in de klas aan te moedigen.
Broach
01
broche, versierspeld
a decorative pin or clasp, worn by women on clothing for ornamentation
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
broaches
Voorbeelden
He gifted her a silver broach engraved with her initials.
Hij schonk haar een zilveren broche gegraveerd met haar initialen.
02
een spits, een pinakel
a pointed architectural ornament, often conical or pyramidal, placed at the apex of a gable, spire, or tower, especially in church architecture
Voorbeelden
The mason carved a broach to sit at the tower's peak.
De metselaar hakte een spits uit om deze op de torenspits te plaatsen.
Lexicale Boom
broached
broach



























