Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to broach
01
aansnijden, ter sprake brengen
to introduce a subject for discussion, especially a sensitive or challenging matter
Transitive: to broach a subject
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
broach
3e persoon enkelvoud
broaches
onvoltooid deelwoord
broaching
onvoltooid verleden tijd
broached
voltooid deelwoord
broached
Voorbeelden
At the team meeting, the manager decided to broach the subject of restructuring to improve efficiency.
Tijdens het teamoverleg besloot de manager het onderwerp van herstructurering aan te snijden om de efficiëntie te verbeteren.
Broach
01
broche, versierspeld
a decorative pin or clasp, worn by women on clothing for ornamentation
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
broaches
Voorbeelden
She wore a vintage broach shaped like a rose on her lapel.
Ze droeg een vintage broche in de vorm van een roos op haar revers.
02
een spits, een pinakel
a pointed architectural ornament, often conical or pyramidal, placed at the apex of a gable, spire, or tower, especially in church architecture
Voorbeelden
The cathedral's spire was crowned with a stone broach.
De torenspits van de kathedraal was gekroond met een stenen spits.
Lexicale Boom
broached
broach



























