Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to brighten
01
opvrolijken, ophelderen
to add more attractive and lively colors to something, making it look more cheerful and vibrant
Transitive: to brighten a space
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
brighten
3e persoon enkelvoud
brightens
onvoltooid deelwoord
brightening
onvoltooid verleden tijd
brightened
voltooid deelwoord
brightened
Voorbeelden
Last weekend, they brightened the walls with cheerful colors.
Afgelopen weekend hebben ze de muren opgefleurd met vrolijke kleuren.



























