Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vestiging, filiaal
De bank heeft een nieuwe vestiging geopend in het stadscentrum om haar groeiende klantenbestand beter te bedienen.
De kinderen klommen in de stevige tak van de eik en genoten van het uitzicht van bovenaf.
tak, stam
De reünie bracht elke tak van de uitgebreide familie samen, van wie sommigen elkaar al tientallen jaren niet hadden gezien.
vertakking, uitsteeksel
De takken van het beeld gaven het een mensachtige vorm.
arm, aftakking
De kano dreef af langs een rustige tak van de rivier, weg van de drukke hoofdgeul.
vertakking, afleiding
De nieuwe afdeling is een vestiging van het moederbedrijf.
aftakking, zijweg
We sloegen linksaf een smalle aftakking van de snelweg in, die ons naar een schilderachtige route door de bergen leidde.
tak, afdeling
Wiskunde heeft veel takken, waaronder algebra en geometrie.
vertakken, zich splitsen
De rivier splitste zich in twee kleinere beken terwijl hij door de vallei stroomde.
vertakken, uitlopen
In de lente begint de appelboom te vertakken, waarbij hij delicate bloesems produceert die uiteindelijk vrucht zullen dragen.
Lexicale Boom



























