to botch
Pronunciation
/ˈbɑtʃ/

Definitie en betekenis van "botch"in het Engels

to botch
01

verknoeien, verprutsen

to do a task badly or carelessly, causing mistakes or damage
Transitive: to botch sth
to botch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
botch
3e persoon enkelvoud
botches
onvoltooid deelwoord
botching
onvoltooid verleden tijd
botched
voltooid deelwoord
botched
Voorbeelden
She botched her lines during the play's opening scene.
Ze heeft haar teksten verknoeid tijdens de openingsscène van het toneelstuk.
01

knoeiboel, flater

a mistake resulting from poor execution or handling, often involving significant errors
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
botches
Voorbeelden
His botch of the instructions led to a series of misunderstandings among the team members.
Zijn knoeiwerk met de instructies leidde tot een reeks misverstanden onder de teamleden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store