to borrow
bo
ˈbɒ
bo
rrow
rəʊ
rew
barrowburrow

Definitie en betekenis van "borrow"in het Engels

to borrow
01

lenen, ontlenen

to use or take something belonging to someone else, with the idea of returning it 
Transitive: to borrow sth | to borrow sth from sb
to borrow definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
borrow
3e persoon enkelvoud
borrows
onvoltooid deelwoord
borrowing
onvoltooid verleden tijd
borrowed
voltooid deelwoord
borrowed
Voorbeelden
Can I borrow your umbrella? It's raining outside, and I left mine at home. 

Mag ik je paraplu lenen? Het regent buiten en ik heb de mijne thuis gelaten.

02

lenen, inspiratie opdoen uit

to take or adopt external elements into one's own expression or creation 
Transitive: to borrow external elements from sth
Voorbeelden
Shakespeare borrowed many plot elements from existing stories for his plays. 

Shakespeare leende veel plotelementen van bestaande verhalen voor zijn toneelstukken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store