boon
boon
bu:n
boon
bosonboron

Definitie en betekenis van "boon"in het Engels

01

zegen, voordeel

something that is beneficial or advantageous, like a blessing or favor that is granted 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
boons
Voorbeelden
Winning the lottery was a great boon for the struggling family, allowing them to pay off their debts and live comfortably. 

De loterij winnen was een grote zegen voor het worstelende gezin, waardoor ze hun schulden konden afbetalen en comfortabel konden leven.

01

gezellig, hartelijk

companionable and warmly sociable 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
boonest
vergrotende trap
booner
gradueerbaar
Voorbeelden
They shared a boon friendship that lasted decades. 

Ze deelden een boon vriendschap die decennia duurde.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store