boon
boon
bun
boon
/bˈuːn/

Definitie en betekenis van "boon"in het Engels

01

zegen, voordeel

something that is beneficial or advantageous, like a blessing or favor that is granted
Voorbeelden
The invention of the internet has been a boon to communication, making it easier for people to connect and share information across the globe.
De uitvinding van het internet is een zegen geweest voor de communicatie, waardoor het voor mensen gemakkelijker is geworden om wereldwijd contact te leggen en informatie te delen.
01

gezellig, hartelijk

companionable and warmly sociable
Voorbeelden
The two were boon companions, inseparable and always laughing.
De twee waren goede metgezellen, onafscheidelijk en altijd lachend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store