Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fit into
01
passen in, ingevoegd worden in
to be able to be placed or inserted into a particular space or container
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
into
basiswerkwoord
fit
tegenwoordige tijd
fit into
3e persoon enkelvoud
fits into
onvoltooid deelwoord
fitting into
onvoltooid verleden tijd
fitted into
voltooid deelwoord
fitted into
Voorbeelden
The puzzle piece doesn't seem to fit into the empty spot on the board.
Het puzzelstukje lijkt niet in de lege plek op het bord te passen.
02
inpassen, integreren
to be accepted or integrated into a group of people who share a common cultural, social, or economic status
Voorbeelden
Moving to a new country can be challenging, but she managed to fit into the local community.
Verhuizen naar een nieuw land kan een uitdaging zijn, maar ze slaagde erin zich te integreren in de lokale gemeenschap.
03
inpassen, tijd vinden
to make time for something or someone, often by rearranging one's schedule or adjusting one's priorities
Voorbeelden
She had a busy day, but she'll try to fit lunch with her friend into her schedule.
Ze had een drukke dag, maar ze zal proberen de lunch met haar vriendin in haar schema in te passen.
04
passen bij, aansluiten bij
to work well with something else
Voorbeelden
Certain ideas may not fit neatly into the current framework, requiring a reevaluation of strategies.
Bepaalde ideeën passen mogelijk niet netjes in het huidige kader, wat een herziening van de strategieën vereist.



























