Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fit into
[phrase form: fit]
01
passen in, ingevoegd worden in
to be able to be placed or inserted into a particular space or container
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
into
basiswerkwoord
fit
tegenwoordige tijd
fit into
3e persoon enkelvoud
fits into
onvoltooid deelwoord
fitting into
onvoltooid verleden tijd
fitted into
voltooid deelwoord
fitted into
Voorbeelden
The furniture was designed to fit into the compact living room.
Het meubilair was ontworpen om in de compacte woonkamer te passen.
02
inpassen, integreren
to be accepted or integrated into a group of people who share a common cultural, social, or economic status
Voorbeelden
She felt like she did n't quite fit into the corporate culture of the new company.
Ze had het gevoel dat ze niet helemaal paste in de bedrijfscultuur van het nieuwe bedrijf.
03
inpassen, tijd vinden
to make time for something or someone, often by rearranging one's schedule or adjusting one's priorities
Voorbeelden
He's determined to fit reading into his daily routine.
Hij is vastbesloten om lezen in zijn dagelijkse routine in te passen.
04
passen bij, aansluiten bij
to work well with something else
Voorbeelden
Consider how your individual goals fit into the team's objectives.
Bedenk hoe uw individuele doelen passen bij de doelstellingen van het team.



























