Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to go up for
01
beschikbaar zijn voor, te koop worden aangeboden voor
to be available for something, such as a role, position, or sale
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up for
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go up for
3e persoon enkelvoud
goes up for
onvoltooid deelwoord
going up for
onvoltooid verleden tijd
went up for
voltooid deelwoord
gone up for
Voorbeelden
The painting will go up for sale at the gallery.
Het schilderij komt te koop in de galerie.
02
de beslissing van de scheidsrechter aanvragen, in beroep gaan bij de scheidsrechter
to formally request the umpire's decision on whether the batsman should be declared out
Voorbeelden
The team went up for a run-out after a quick throw from the boundary.
Het team ging op voor een run-out na een snelle worp vanaf de grens.



























