Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to run to
01
oplopen tot, bedragen
to extend to a specific, typically considerable, amount, degree, etc.
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
to
basiswerkwoord
run
tegenwoordige tijd
run to
3e persoon enkelvoud
runs to
onvoltooid deelwoord
running to
onvoltooid verleden tijd
ran to
voltooid deelwoord
run to
Voorbeelden
The total cost of the wedding ran to several thousand dollars.
De totale kosten van het huwelijk liepen op tot enkele duizenden dollars.
02
volstaan voor, dekken
to be a sufficient amount to meet a specific financial cost or requirement
Dialect
British
Voorbeelden
My savings can run to a vacation this summer if I budget carefully.
Mijn spaargeld kan voldoende zijn voor een vakantie deze zomer als ik zorgvuldig budgetteer.
03
bereiken, komen tot
to reach a point where one's abilities or preferences are no longer sufficient
Voorbeelden
She realized her patience had run to its limit, and she couldn't tolerate the situation any longer.
Ze realiseerde zich dat haar geduld op was, en ze kon de situatie niet langer verdragen.
04
toevlucht zoeken bij, rennen naar
to seek help or protection from someone
Voorbeelden
When the storm hit, the scared child instinctively ran to their parents for comfort.
Toen de storm toesloeg, rende het bange kind instinctief naar zijn ouders voor troost.



























