Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to brighten up
01
ophelderen, stralen
to suddenly feel or appear happier
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
brighten
tegenwoordige tijd
brighten up
3e persoon enkelvoud
brightens up
onvoltooid deelwoord
brightening up
onvoltooid verleden tijd
brightened up
voltooid deelwoord
brightened up
Voorbeelden
After receiving good news, her face instantly brightened up with a smile.
Na het ontvangen van goed nieuws, lichtte haar gezicht onmiddellijk op met een glimlach.
02
opvrolijken, verlichten
to make a place look more appealing by adding vibrant colors or light
Voorbeelden
The artist brightened up the mural with bold and cheerful hues.
De kunstenaar fleurt het muurschildering op met gedurfde en vrolijke tinten.
03
opvrolijken, ophelderen
to improve the mood of a situation or individual
Voorbeelden
Brighten up the party with lively music.
Fleur het feest op met levendige muziek.
04
opklaren, ophelderen
to experience a change in weather conditions, leading to a lighter sky and the presence of sunshine
Voorbeelden
The weather brightened up in the afternoon, after a morning of dark clouds.
Het weer klaarde op in de middag, na een ochtend met donkere wolken.



























