Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to talk around
[phrase form: talk]
01
rond de pot draaien, op een vage manier praten
to discuss a topic in a vague manner, avoiding the main or crucial points
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
around
basiswerkwoord
talk
tegenwoordige tijd
talk around
3e persoon enkelvoud
talks around
onvoltooid deelwoord
talking around
onvoltooid verleden tijd
talked around
voltooid deelwoord
talked around
Voorbeelden
Instead of answering directly, she talked around the question with a general response.
In plaats van direct te antwoorden, praatte ze om de vraag heen met een algemeen antwoord.
02
overtuigen, overreden
to use words skillfully to convince someone to agree with you or do what you want
Voorbeelden
Using facts and charisma, the speaker talked the audience around to his point of view.
Met feiten en charisma praatte de spreker het publiek rond om hen naar zijn standpunt te brengen.



























