Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to blurt out
[phrase form: blurt]
01
eruit flappen, zonder nadenken zeggen
to say something suddenly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
blurt
tegenwoordige tijd
blurt out
3e persoon enkelvoud
blurts out
onvoltooid deelwoord
blurting out
onvoltooid verleden tijd
blurted out
voltooid deelwoord
blurted out
Voorbeelden
Feeling overwhelmed with emotion, he blurted out his love for her.
Overweldigd door emotie, flapte hij eruit dat hij van haar hield.



























