to vow
Pronunciation
/vaʊ/

Definitie en betekenis van "vow"in het Engels

to vow
01

zweren, plechtig beloven

to make a sincere promise to do or not to do something particular
Transitive: to vow to do sth
to vow definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
vow
3e persoon enkelvoud
vows
onvoltooid deelwoord
vowing
onvoltooid verleden tijd
vowed
voltooid deelwoord
vowed
Voorbeelden
Tomorrow, they will vow to uphold the values of their organization.
Morgen zullen ze beloven de waarden van hun organisatie te handhaven.
02

zweren, geloften afleggen

to solemnly promise or dedicate oneself or something to a God, a deity, or a purpose
Ditransitive: to vow oneself to a deity or a purpose | to vow sth to a deity or a purpose
Voorbeelden
The musician vowed herself to the art of classical music and dedicated countless hours to perfecting her craft.
De muzikant wijdde zich aan de kunst van de klassieke muziek en besteedde talloze uren aan het perfectioneren van haar vakmanschap.
01

gelofte, plechtige belofte

a serious and formal promise, made especially during a wedding or religious ceremony
vow definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
vows
Voorbeelden
At the graduation ceremony, the students took a vow to uphold the values and standards of their institution.
Tijdens de diploma-uitreiking legden de studenten een gelofte af om de waarden en normen van hun instelling te handhaven.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store