Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
valet, parkeerwachter
someone whose job is parking customers' cars at restaurants or hotels
Dialect
American
Voorbeelden
The valet greeted guests with a warm smile as he handed back their keys upon their return from dinner.
De valet begroette de gasten met een warme glimlach terwijl hij hun sleutels terug gaf bij hun terugkeer van het diner.
02
kamerheer, bediende
a male personal attendant who takes care of an employer's clothing, appearance, and related personal tasks
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
valets
Voorbeelden
The actor 's valet ensured his costume was immaculate for every scene.
De valet van de acteur zorgde ervoor dat zijn kostuum voor elke scène onberispelijk was.
to valet
01
dienen als valet, optreden als valet
to act as a personal attendant, taking care of an employer's clothing, appearance, or personal needs
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
valet
3e persoon enkelvoud
valets
onvoltooid deelwoord
valeting
onvoltooid verleden tijd
valeted
voltooid deelwoord
valeted
Voorbeelden
She was hired to valet the gentleman during his travels.
Ze werd aangenomen om de heer tijdens zijn reizen als valet te dienen.
02
grondig reinigen en polijsten, detailing
to clean and polish a car meticulously
Voorbeelden
Last month, he valeted a vintage car for a collector.
Vorig maand heeft hij een vintage auto voor een verzamelaar gevalet.



























