to uproot
Pronunciation
/əˈpɹut/

Definitie en betekenis van "uproot"in het Engels

to uproot
01

ontwortelen, uitroeien

to remove something, such as a plant or tree, by pulling it completely out of the ground
to uproot definition and meaning
Voorbeelden
Farmers uprooted the weeds from the fields before planting the new crops.
Boeren hebben het onkruid uitgerukt van de velden voordat ze de nieuwe gewassen plantten.
02

ontwortelen, gedwongen verplaatsen

to forcibly remove people from their homeland and relocate them to a foreign environment
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
uproot
3e persoon enkelvoud
uproots
onvoltooid deelwoord
uprooting
onvoltooid verleden tijd
uprooted
voltooid deelwoord
uprooted
Voorbeelden
Refugees were uprooted during the political unrest.
Vluchtelingen werden ontworteld tijdens de politieke onrust.
03

vernietigen, met de grond gelijkmaken

to completely destroy
Voorbeelden
The policy aimed to uproot poverty in rural areas.
Het beleid was gericht op het uitroeien van armoede in landelijke gebieden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store