Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tussle
01
vechten, worstelen
to struggle or fight with someone, particularly to get something
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tussle
3e persoon enkelvoud
tussles
onvoltooid deelwoord
tussling
onvoltooid verleden tijd
tussled
voltooid deelwoord
tussled
Voorbeelden
In a crowded marketplace, people may tussle to secure the last available product on sale.
Op een drukke markt kunnen mensen vechten om het laatste beschikbare product in de uitverkoop te bemachtigen.
Tussle
01
vechtpartij, ruzie
a brief, vigorous fight or argument
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tussles
Voorbeelden
Police intervened in a tussle between protesters and security guards.
De politie greep in bij een handgemeen tussen demonstranten en beveiligingsbeambten.



























