Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
trees
Voorbeelden
I enjoyed the sweet scent of blossoms on the flowering tree.
Ik genoot van de zoete geur van bloemen aan de bloeiende boom.
02
boom, vertakte figuur
a figure that branches from a single root
to tree
01
een schoen op een leest rekken, een schoen op een leest zetten
stretch (a shoe) on a shoetree
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tree
3e persoon enkelvoud
trees
onvoltooid deelwoord
treeing
onvoltooid verleden tijd
treed
voltooid deelwoord
treed
02
een dier een boom in jagen, een dier tot een boom achtervolgen
chase an animal up a tree
03
bomen planten, bebossen
plant with trees
04
in het nauw drijven, vastzetten
force a person or an animal into a position from which he cannot escape
Lexicale Boom
treeless
treelet
treelike
tree



























