tree
Pronunciation
/triː/

Definitie en betekenis van "tree"in het Engels

01

boom, boom

a very tall plant with branches and leaves, that can live a long time
tree definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
trees
Voorbeelden
The tall oak tree provided shade on a hot summer day.
De hoge eik boom bood schaduw op een hete zomerdag.
02

boom, vertakte figuur

a figure that branches from a single root
to tree
01

een schoen op een leest rekken, een schoen op een leest zetten

stretch (a shoe) on a shoetree
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tree
3e persoon enkelvoud
trees
onvoltooid deelwoord
treeing
onvoltooid verleden tijd
treed
voltooid deelwoord
treed
02

een dier een boom in jagen, een dier tot een boom achtervolgen

chase an animal up a tree
03

bomen planten, bebossen

plant with trees
04

in het nauw drijven, vastzetten

force a person or an animal into a position from which he cannot escape
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store