Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to transfigure
01
transfigureren, veranderen
to change the form, appearance, or nature of something
Transitive: to transfigure sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
transfigure
3e persoon enkelvoud
transfigures
onvoltooid deelwoord
transfiguring
onvoltooid verleden tijd
transfigured
voltooid deelwoord
transfigured
Voorbeelden
The ancient artifact had the ability to transfigure its appearance, appearing different to those who approached it with different intentions.
Het oude artefact had het vermogen om zijn uiterlijk te transfigureren, en verscheen anders voor degenen die het met verschillende intenties benaderden.
02
transfigureren, verheffen
to present something in an elevated or divine light
Transitive: to transfigure sth
Voorbeelden
The spiritual leader 's teachings and compassionate actions transfigure the lives of followers.
De leringen en medelevende acties van de spirituele leider verheerlijken het leven van volgelingen.



























