Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to transfigure
01
transfigureren, veranderen
to change the form, appearance, or nature of something
Transitive: to transfigure sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
transfigure
3e persoon enkelvoud
transfigures
onvoltooid deelwoord
transfiguring
onvoltooid verleden tijd
transfigured
voltooid deelwoord
transfigured
Voorbeelden
The artist's masterpiece transfigures the mundane into the extraordinary, capturing the essence of beauty in everyday scenes.
Het meesterwerk van de kunstenaar transformeert het alledaagse in het buitengewone, en vangt de essentie van schoonheid in alledaagse taferelen.
02
transfigureren, verheffen
to present something in an elevated or divine light
Transitive: to transfigure sth
Voorbeelden
Through her acts of kindness and compassion, she transfigures the lives of those around her.
Door haar daden van vriendelijkheid en mededogen veredelt ze het leven van de mensen om haar heen.



























