Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to trample
01
vertrappen, platstampen
to walk with force and weight
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
trample
3e persoon enkelvoud
tramples
onvoltooid deelwoord
trampling
onvoltooid verleden tijd
trampled
voltooid deelwoord
trampled
Voorbeelden
The crowd trampled through the field, leaving deep footprints and broken plants.
De menigte trapte door het veld, waardoor diepe voetafdrukken en gebroken planten achterbleven.
02
vertrappen, verpletteren onder de voeten
to step heavily or crush underfoot with force
Transitive: to trample sth
Voorbeelden
In the chaos, people began to trample the fallen leaves during the outdoor concert.
In de chaos begonnen mensen de gevallen bladeren tijdens het buitenconcert te vertrappen.
03
vertrappen, negeren
to treat someone's rights, feelings, or values with disrespect or disregard
Voorbeelden
She felt her rights were trampled on during the heated argument.
Ze voelde dat haar rechten werden vertrapt tijdens het verhitte debat.
Trample
01
getrappel, geluid van zwaar stampen
the sound of heavy treading or stomping
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
Lexicale Boom
trampler
trampling
trample



























