Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to betray
01
verraden, aanklagen
to be disloyal to a person, a group of people, or one's country by giving information about them to their enemy
Transitive: to betray sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
betray
3e persoon enkelvoud
betrays
onvoltooid deelwoord
betraying
onvoltooid verleden tijd
betrayed
voltooid deelwoord
betrayed
Voorbeelden
The spy betrayed his country by passing classified information to the enemy.
De spion verraadde zijn land door geheime informatie aan de vijand door te geven.
02
verraden, onthullen
to reveal something, such as thoughts, feelings, qualities, etc. unintentionally
Transitive: to betray a thought or feeling
Voorbeelden
Her smile betrayed her nervousness.
Haar glimlach verraadde haar nervositeit.
03
verraden, in de steek laten
to abandon or fail someone, especially during a crucial or difficult moment
Transitive: to betray sb
Voorbeelden
In her moment of need, he betrayed her by walking away without offering any help.
In haar moment van nood verraadde hij haar door weg te lopen zonder hulp aan te bieden.
04
verraden, onthullen
to reveal or share information that was entrusted to you in confidence, breaking trust or secrecy
Transitive: to betray sth
Voorbeelden
It was a breach of trust when he betrayed the company's secrets to a competitor.
Het was een schending van vertrouwen toen hij de geheimen van het bedrijf aan een concurrent verraadde.
05
bedriegen, verraden
to cheat on one's spouse or romantic partner
Transitive: to betray sb
Voorbeelden
He betrayed his wife when he started an affair with a coworker.
Hij verraadde zijn vrouw toen hij een affaire begon met een collega.



























