Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to betoken
01
voorspellen, aankondigen
to serve as a sign or warning that suggests or foretells a future event
Transitive: to betoken sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
betoken
3e persoon enkelvoud
betokens
onvoltooid deelwoord
betokening
onvoltooid verleden tijd
betokened
voltooid deelwoord
betokened
Voorbeelden
The sudden drop in barometric pressure can betoken an approaching storm.
De plotselinge daling van de luchtdruk kan een naderende storm voorspellen.
02
aanduiden, betekenen
to serve as a clear signal, symptom, or indication of something
Transitive: to betoken sth
Voorbeelden
The patient's elevated temperature may betoken the presence of a fever.
De verhoogde temperatuur van de patiënt kan duiden op de aanwezigheid van koorts.



























