Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to suffuse
01
doordringen, overstromen
to spread through or over something until the entire area is saturated
Transitive: to suffuse a space
Voorbeelden
The golden light of dawn suffused the sky, casting a warm glow over the waking city.
Het gouden licht van de dageraad vervulde de lucht en wierp een warme gloed over de ontwakende stad.
02
doordringen, vervullen
to gradually fill something, typically with a quality or emotion
Transitive: to suffuse sb/sth | to suffuse sb/sth with a quality or emotion
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
suffuse
3e persoon enkelvoud
suffuses
onvoltooid deelwoord
suffusing
onvoltooid verleden tijd
suffused
voltooid deelwoord
suffused
Voorbeelden
His kind words suffused her with a sense of comfort and reassurance.
Zijn vriendelijke woorden doordrongen haar met een gevoel van troost en geruststelling.
Lexicale Boom
suffusion
suffusive
suffuse



























