Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to suffuse
01
doordringen, overstromen
to spread through or over something until the entire area is saturated
Transitive: to suffuse a space
Voorbeelden
Her cheeks flushed pink as a wave of embarrassment suffused her entire being.
Haar wangen werden roze terwijl een golf van verlegenheid haar hele wezen doordrong.
02
doordringen, vervullen
to gradually fill something, typically with a quality or emotion
Transitive: to suffuse sb/sth | to suffuse sb/sth with a quality or emotion
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
suffuse
3e persoon enkelvoud
suffuses
onvoltooid deelwoord
suffusing
onvoltooid verleden tijd
suffused
voltooid deelwoord
suffused
Voorbeelden
The music was designed to suffuse the audience with a sense of nostalgia and longing.
De muziek was ontworpen om het publiek te doordringen van een gevoel van nostalgie en verlangen.
Lexicale Boom
suffusion
suffusive
suffuse



























