suffix
su
ˈsʌ
sa
ffix
fɪks
fiks

Definitie en betekenis van "suffix"in het Engels

01

achtervoegsel, uitgang

(grammar) a letter or a set of letters that are added to the end of a word to alter its meaning and make a new word 
suffix definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
suffixes
Voorbeelden
Adding the suffix '-ly' to 'quick' changes the word to 'quickly,' turning it into an adverb. 

Het toevoegen van het achtervoegsel '-ly' aan 'quick' verandert het woord in 'quickly', waardoor het een bijwoord wordt.

to suffix
01

suffixeren, een suffix toevoegen

to add a suffix to the end of a word or base form 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
suffix
3e persoon enkelvoud
suffixes
onvoltooid deelwoord
suffixing
onvoltooid verleden tijd
suffixed
voltooid deelwoord
suffixed
Voorbeelden
They suffixed "-ness" to the adjective to form a noun. 

Ze suffixeerden "-ness" aan het bijvoeglijk naamwoord om een zelfstandig naamwoord te vormen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store