sprout
sprout
spraʊt
sprawt
British pronunciation
/spɹˈa‍ʊt/

Definitie en betekenis van "sprout"in het Engels

to sprout
01

ontkiemen, spruiten

(of a seed or plant) to begin growing
Intransitive
to sprout definition and meaning
example
Voorbeelden
Tiny lettuce seeds sprout from the soil, signaling the start of the growing season.
Kleine sla-zaden ontkiemen uit de grond, wat het begin van het groeiseizoen aangeeft.
02

ontspruiten, uitlopen

to develop or produce plant shoots or hair
Transitive: to sprout new branches or shoots
example
Voorbeelden
The onions in the pantry sprouted green stalks unexpectedly.
De uien in de voorraadkamer hebben onverwacht groene stengels gekweekt.
01

spruit, kiem

any young shoot or newly grown part of a plant that is eaten in salads
sprout definition and meaning
example
Voorbeelden
They decided to start a small herb garden and included sprouts of basil, parsley, and cilantro.
Ze besloten een kleine kruidentuin te beginnen en namen spruiten van basilicum, peterselie en koriander op.
02

spruit, kiem

a new growth or bud on a plant, typically emerging from a seed, bulb, or dormant bud
example
Voorbeelden
The spring onions had delicate green sprouts at their tops.
De lente-uitjes hadden delicate groene scheuten aan hun toppen.
03

spruit, kleintje

a short, young person, typically a child or teenager
HumorousHumorous
InformalInformal
example
Voorbeelden
That sprout over there just got his first bike!
Die spruit daar heeft net zijn eerste fiets gekregen!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store