Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
snappy
01
prikkelbaar, scherp
(of a person) inclined to speaking irritably or responding in a sharp or offensive manner
Voorbeelden
Do n't take it personally; she 's just feeling overwhelmed lately, which makes her a bit snappy.
Neem het niet persoonlijk; ze voelt zich de laatste tijd gewoon overweldigd, wat haar een beetje prikkelbaar maakt.
02
netjes, stijlvol
neat and stylish
Voorbeelden
She stepped out in a snappy pair of boots.
Ze stapte naar buiten in een stijlvol paar laarzen.
03
snel, energiek
fast‑moving, brisk, and full of energy
Voorbeelden
The meeting ended after a snappy discussion.
De vergadering eindigde na een snelle en energieke discussie.
Voorbeelden
The snappy breeze from the hills chilled the afternoon despite the sunlight.
De frisse bries van de heuvels koelde de middag ondanks het zonlicht.
Voorbeelden
The snappy hamster nipped at my fingers as I tried to pick it up.
De bijtgraag hamster beet in mijn vingers terwijl ik probeerde hem op te pakken.
06
scherp, geestig
efficiently sharp or witty, often in a way that catches attention
Voorbeelden
They wrote a snappy headline for the article to attract readers.
Ze schreven een pakkende kop voor het artikel om lezers aan te trekken.
Lexicale Boom
snappy
snap



























