Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
slimmest
vergrotende trap
slimmer
gradueerbaar
Voorbeelden
She has a slim figure and always looks elegant in her outfits.
Ze heeft een slank figuur en ziet er altijd elegant uit in haar outfits.
02
slank, smal
small in size or width
Voorbeelden
She wore a slim silver necklace that matched her earrings perfectly.
Ze droeg een slanke zilveren ketting die perfect bij haar oorbellen paste.
03
gering, klein
very small in degree
Voorbeelden
The slim chance of finding the lost ring did n’t deter them from searching.
De geringe kans om de verloren ring te vinden, weerhield hen er niet van om te zoeken.
to slim
01
afvallen, gewicht verliezen
take off weight
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
slim
3e persoon enkelvoud
slims
onvoltooid deelwoord
slimming
onvoltooid verleden tijd
slimmed
voltooid deelwoord
slimmed
Lexicale Boom
slimly
slimness
slim



























